121. Colijn en Coen

De Nederlandse minister-president Hendrik Colijn legt een krans bij het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn ter gelegenheid van zijn 350ste geboortedag. Vlak daarvoor heeft Colijn een toespraak gehouden in de Grote Kerk van Hoorn met als titel de beroemd geworden uitspraak van Coen: ‘Dispereert niet’.

Lees meer

122. Toch op de planken

Pas in 1986 – 55 jaar na verschijning – vindt de eerste toneeluitvoering van Slauerhoffs toneelstuk plaats. Tot die tijd is opvoering door meerdere burgemeesters steeds verboden of afgeraden. Wel zendt de VPRO in 1969 ‘Jan Pietersz Coen’ uit; een bewerking van Slauerhoffs stuk door Jan Blokker.

Lees meer

123. Een meedogenloze Coen

Een keiharde en nietsontziende man; zo zet de Nederlandse dichter Jan Jacob Slauerhoff de figuur van Jan Pieterszoon Coen in dit toneelstuk neer. Slauerhoffs toneelstuk speelt in 1629. Sara Specx en Cornelis Cortenhoeff, beiden buitenechtelijke kinderen van een Nederlander met een ‘inlandse’ vrouw, worden in de slaapkamer van Coen betrapt. Specx is een van de bedienden van Coens vrouw en

Lees meer

Coen-herdenking, 1937 (zie linker schuiflade in vitrine)

Het bioscoopjournaal toont beelden van de Coen-herdenking in 1937. Minister-president Hendrik Colijn, groot bewonderaar van Jan Pieterszoon Coen, spreekt een rede uit met de titel ‘Dispereert niet’. Fragment uit Polygoonjournaal: De herdenking van de 350ste geboortedag van Jan Pieterszoon Coen 1 februari 1937 Bruikleen Instituut voor Beeld & Geluid, Hilversum

Lees meer

Coen voor de rechtbank (zie linker schuiflade in vitrine)

Het standbeeld van Coen in Hoorn roept veel emoties en discussie op. Met ‘De zaak Coen’ speelt het Westfries Museum hierop in. Deze expositie in de vorm van een rechtszaak met publieksjury moet het debat stimuleren. In dit filmpje is Maarten van Rossem in de rol van rechter aan het woord. Fragment uit ‘De zaak Coen’ 2012 Bruikleen Westfries Museum,

Lees meer

124. Nieuw perspectief

De gemeente Hoorn verwijdert in 2012 deze tekst bij het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. Zo komt ze tegemoet aan de critici van Coen. In de nieuwe tekst is ook ruimte voor zijn gewelddadige veroveringspolitiek, onder andere op de Banda-eilanden.

Lees meer

125. Een nieuwe tekst voor Coen

Ruim 100 jaar na de onthulling van het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen komt een protestbeweging op gang. Niet Coen, maar een onbezoedelde 17e-eeuwse Nederlander zou op de Roode Steen in Hoorn moeten komen te staan. De Hoornse gemeenteraad bespreekt de kwestie uitgebreid. Na lang wikken en wegen besluiten zij om het beeld van Coen te laten staan, zoals het

Lees meer

126. Omstreden toneelstuk

Direct na verschijning krijgt Slauerhoffs toneelstuk over Coen veel kritiek. Critici vinden dat de nationale held als tiran wordt neergezet. Een uitvoering laat daarom lang op zich wachten. De opvoering die in de Boekenweek van 1948 staat gepland, wordt op het laatste moment afgelast. De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog is in volle gang en het toneelstuk ligt té politiek gevoelig.

Lees meer

127. Bantam

Voordat Coen in 1619 het fort Jayakarta verovert en daar Batavia sticht, is Bantam het belangrijkste steunpunt van de VOC in Azië. Maar het lukt de compagnie niet om een overeenkomst te sluiten met de lokale vorsten. Daardoor blijft Bantam ook na 1619 een doorn in het oog van de VOC. Rond het jaar 1680 breekt een strijd uit over

Lees meer

128. Gruwelijke verovering

Een enorme troepenmacht, een brandend dorp en heftige gevechten. Hier wordt het zuiden van Celebes (nu het eiland Sulawesi) veroverd, een strategisch punt in de nootmuskaat- en kruidnagelroute. Gouverneur-generaal Cornelis Speelman leidt de expeditie. Hij laat meer dan dertig dorpen platbranden, waarbij heel veel slachtoffers vallen. Daarnaast laat hij duizenden mensen gevangen nemen die als slaaf worden verkocht.

Lees meer

129. Bedrijfsplan

Al in 1614 zet Jan Pieterszoon Coen zijn visie op een VOC-imperium in Azië op papier. Hij wil handelsmonopolies afdwingen met geweld, kolonies stichten en meer bemoeienis met de handel tussen Aziatische landen. Coen is op dat moment nog boekhouder-generaal in Bantam en Jayakarta, maar stuurt zijn bedrijfsplan rechtstreeks naar de Heren Zeventien. Later, als hij gouverneur-generaal is geworden, kan

Lees meer

130. Vrouwen voor Indië

Met het schip Leyden sturen de Heren Zeventien in 1622 een groot aantal jonge vrouwen naar Batavia. In deze brief staan ze allemaal genoemd, met hun woonplaats en leeftijd. In Indië zal de VOC deze meisjes onderhouden totdat ze in het huwelijk treden. Als ze daadwerkelijk trouwen met toestemming van de gouverneur-generaal of de Raad van Indië, dan ontvangen ze

Lees meer

131. Batavia

Jan Pieterszoon Coen maakt in 1618 van het bestaande VOC-pakhuis bij Jayakarta een fort. Na een aanval door de plaatselijke vorst verwoest Coen het oorspronkelijke Jayakarta en sticht er een havenstad naar Hollands model. Als het aan Coen had gelegen, zou de nieuwe VOC-hoofdstad Nieuw-Hoorn heten, naar zijn geboortestad. In deze resolutie beslissen de Heren Zeventien anders: vanaf 1621 heet

Lees meer

132. Op zoek naar vrouwen

“Wie en weet niet, dat het menschelijck geslacht sonder vrouwen niet bestaen can?”, verzucht gouverneur-generaal Coen hier in deze brief aan de Heren Zeventien. Om Indië tot een succes te maken, zijn Nederlandse vrouwen hard nodig. In 1610 varen de eerste meisjes naar Indië om er te trouwen met een Europese man en een gezin te stichten. Over het gedrag

Lees meer

133. Kasteel aan het water

Het kasteel van Batavia is het hoofdkwartier van de VOC. Binnen de beschermende muren liggen kantoren, werkplaatsen, pakhuizen en zelfs een gevangenis. In 1650 wonen er wel 1.200 man: VOC-dienaren, een deel van de legermacht en natuurlijk de gouverneur-generaal zelf.

Lees meer

134. Excessief geweld

Voor Coen is het duidelijk: de VOC kan alleen voortbestaan als zij het handelsmonopolie heeft voor nootmuskaat, dat uitsluitend op de Banda-eilanden groeit. Maar de positie van de VOC is daar niet sterk. De VOC vindt de Bandanezen onbetrouwbare handelspartners en ze heeft last van Engelse bemoeienis. Coen vindt het daarom noodzakelijk om militair in te grijpen. En de Heren

Lees meer

135. Batavia belegerd

Een grote legermacht onder leiding van de vorst van Mataram, het Javaanse rijk dat Midden- en Oost-Java beheerst, belegert Batavia. Als Jan Pieterszoon Coen erin slaagt het proviand van de vijand te vernietigen, weten zijn mannen de belegering te doorstaan. Zelf maakt hij de overwinning niet mee. Coen overlijdt op 21 september 1629 plotseling aan dysenterie.

Lees meer

136. Wanhoop niet

“Dispereert niet, ontsiet uwe vyanden niet, daer en is ter werelt niet dat ons can hinderen… daer can in Indiën wat groots verricht worden!” Aan het eind van deze brief aan de Heren Zeventien staan de woorden die Coens lijfspreuk zullen worden.

Lees meer

137. Kaartboek van Barentsz

Willem Barentsz is niet alleen een heel goede stuurman, maar ook een getalenteerde kaartenmaker. Dit kaartboek heeft hij waarschijnlijk samen met de beroemde cartograaf Petrus Plancius gemaakt. Het is uiterst zeldzaam; er zijn heel weinig kaarten van Barentsz bewaard gebleven.

Lees meer

138. Overwinteren op Nova Zembla

De Nederlanders doen eind 16e eeuw verschillende pogingen om via het noordelijke poolgebied naar Azië te varen. Met zo’n nieuwe route kunnen ze de Portugezen te slim af zijn. Maar hun plan mislukt en de expeditie onder leiding van Willem Barentsz in 1596 verloopt rampzalig. Zijn twee schepen komen bij Nova Zembla vast te zitten in het ijs. Er zit

Lees meer

139. Leren schoenen

“Het leer van onze schoenen bevroor aan onze voeten; het werd zo hard als hoorn en sloeg aan de binnenkant wit uit. We konden ze niet langer dragen en maakten wijde klompen met een bovenkant van schapenvacht, waarin we drie of vier paar sokken over elkaar konden dragen”. Gerrit de Veer schrijft op 11 december 1595 over deze ontberingen tijdens

Lees meer

Nova Zembla – fragment (achter het gordijn)

De overwintering van Willem Barentsz met zijn bemanning in het Behouden Huys op Nova Zembla is een van de beroemdste verhalen uit de Nederlandse geschiedenis. Fragment uit de film ‘Nova Zembla’ 2011 Regie Reinout Oerlemans Met dank aan Kaap Holland Film.

Lees meer

140. Manhattan

De VOC-kamer Amsterdam geeft in 1609 Henry Hudson de opdracht op zoek te gaan naar een nieuwe route naar Azië. Dat lukt hem niet, maar Hudson ontdekt wel het eiland ‘Manahatta’, het huidige Manhattan. Hij verdient met deze reis 800 gulden, ongeveer tien maandsalarissen. Op 19 januari ontvangt hij van de VOC-kamer Amsterdam een voorschot van 150 gulden. Zijn naam

Lees meer

141. ‘Aankoop’ Manhattan

“Hebben t’eylandt Manhattes van de wilde gekocht, voor de waerde van 60 gulden.” Pieter Schagen is namens de Staten-Generaal afgevaardigd naar de vergadering van het bestuur van de West-Indische Compagnie, de Heren Negentien. Op 5 november 1626 schrijft hij een brief aan de Staten-Generaal met dit opmerkelijke nieuws. Verder noemt Schagen de geslaagde eerste oogst en de scheepslading van 7.246

Lees meer

142. Nieuw-Amsterdam

Op het net ontdekte eiland ‘Manahatta’ ontstaat vanaf 1609 een levendige bonthandel. De Nederlanders stichten een eigen vestiging op het eiland en noemen die Nieuw-Amsterdam. In 1667 staan de Nederlanders de kolonie af aan de Engelsen in ruil voor hun kolonie Suriname. Nieuw-Amsterdam krijgt de naam New York.

Lees meer

143. New York (achter het gordijn)

Als eerste Europeaan zet Henry Hudson, kapitein van de Halve Maen, in 1609 voet aan wal op het eiland Manhattan. Daarmee legt hij de basis voor de Nederlandse vestiging Nieuw-Amsterdam, het huidige New York.

Lees meer

144. Snel fortuin?

In een paar jaar fortuin maken en als rijk man terugkeren naar Nederland. Dat is ongetwijfeld een droom die veel VOC-dienaren hebben als zij net aankomen in Batavia. Maar weinigen maken die droom waar. De meesten blijven in Azië en vinden daar hun laatste rustplaats.

Lees meer

145. Exotische dieren in beeld

In het tweede deel van de ‘Beschrijving van Oost-Indische gewassen’ zijn ook enkele exotische dieren afgebeeld, zoals het gordeldier en de neushoornvogel. Sommige van deze dieren reizen met VOC-schepen mee naar Nederland, waar ze veel bekijks hebben.

Lees meer

146. Kostbaarheden in beeld

Kruidnagel, kaneel, thee en peper: het zijn de belangrijkste en kostbaarste handelsproducten van de VOC. In dit eerste deel van een tweedelige ‘Beschrijving van Oost-Indische gewassen’ zijn ze uitgebreid beschreven, met prachtige illustraties in kleur. Hier is de tekening van de plant van kruidnagel te zien.

Lees meer

147. Nootmuskaat en foelie

Naast het fort Nassau op het eiland Banda Neira groeien volop muskaatbomen. Van de vruchten wordt nootmuskaat én foelie gemaakt. Economisch gezien zijn de Banda-eilanden aan het begin van de 17e eeuw daarom onmisbaar in de ogen van de VOC; het is op dat moment het enige productiegebied van deze twee specerijen ter wereld. -> Om uw route te vervolgen,

Lees meer