95. Staaltje textiel

Mooie kleuren en patronen: niet voor niets is het Indiase textiel erg geliefd. Deze stofstaaltjes uit de 18e eeuw zijn zogeheten ‘Guineesche Lijwaten’. Die naam verwijst naar de bestemming van de stof: Guinea, het huidige Ghana. De West-Indische Compagnie gebruikt de Indiase ‘lijwaten’ als betaalmiddel in de Atlantische slavenhandel. Bij dit document ligt de juten zak waarin de papieren tijdens de reis zijn bewaard.

Slavernij is eveneens wijdverspreid in het octrooigebied van de VOC, ook al ver voor de oprichting van de handelscompagnie. Halverwege de 18e eeuw leven er verspreid over de Nederlandse vestigingen in het VOC-octrooigebied waarschijnlijk ongeveer 75.500 arbeiders in slavernij. De compagnie is zelf actief in de slavenhandel in Azië. Maar het grootste gedeelte van die omvangrijke handel is in handen van Europese en Aziatische handelaren en … VOC-personeel. Medewerkers van de compagnie zijn verantwoordelijk voor een derde tot de helft van het Nederlandse aandeel in de Aziatische slavenhandel.