134 – Excessief geweld

In een brief aan de Heren XVII doet Coen verslag van de gebeurtenissen op Banda in 1621. Van de 15.000 bewoners zijn er nog maar 1.000 over. De rest is gedood, gevlucht of in slavernij afgevoerd naar Batavia. Allemaal om het monopolie op nootmuskaat voor de compagnie veilig te stellen.
Vervolgens zet de VOC plantages op voor de productie van nootmuskaat. Elk van deze ‘perken’ zoals de plantages worden genoemd, wordt beheerd door perkeniers. Dat zijn Europese burgers en voormalige werknemers van de VOC. De daadwerkelijke arbeid wordt geleverd door tot slaaf gemaakten, die met duizenden tegelijk naar Banda worden aangevoerd. Soms van omliggende gebieden zoals Nieuw-Guinea en de Aru-eilanden, maar soms ook helemaal uit India. Banda wordt daarmee de eerste plantage en slavensamenleving in Nederlands gebied.