131 – Batavia

Het in 1618 door Coen gestichte Batavia ontwikkelt zich tot het belangrijkste handels- en bestuurscentrum van de VOC. Rond 1740 vormen Chinezen grofweg de helft van de bevolking van Batavia. Zij zijn vooral werkzaam in de suikerproductie. Omdat de handel in Javaanse suiker vanaf 1720 begint in te storten, worden veel van hen werkloos. Om toch in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, slaat een deel van hen in en om de stad aan het plunderen. De VOC-bestuurders weten zich niet echt raad met deze problematiek. Aanvankelijk worden Chinezen die de stad rondzwerven opgepakt en in de boeien geslagen. Geketend vervoeren de autoriteiten ze vervolgens naar de Kaapkolonie. Als het gerucht de ronde doet dat de Chinezen tijdens de reis overboord worden gegooid, slaat de vlam in de pan en komen het wederzijds wantrouwen en de jarenlang opgebouwde spanning tot uitbarsting. De Chinezen komen openlijk in opstand en de VOC slaat meedogenloos terug.
Van 9 tot 11 oktober 1740 worden tussen de 5.000 en 10.000 Chinezen door Europese burgers en VOC-personeel vermoord. Gouverneur-generaal Valckenier wordt later verantwoordelijk gesteld voor de moordpartij en gevangen gezet. De overgebleven Chinezen worden op een aparte locatie gehuisvest. Tot op de dag van vandaag staat deze wijk, Glodok, in Jakarta bekend als de Chinese wijk.