13 – Grootboek van de opperboekhouder

Elk van de zes kamers van de VOC (in Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen, Delft, Rotterdam en Middelburg) beschikt over een eigen opperboekhouder. Hij legt in een zogeheten grootboek de volledige financiële administratie van de compagnie vast. Niet alleen de grote winsten die op waardevolle specerijen zoals nootmuskaat, peper, kruidnagel en kaneel worden behaald zijn erin terug te vinden, maar ook de uitgaven voor soldaten en schepen en de bouw van forten. Schrijnend is dat tot slaaf gemaakte mensen als handelsgoederen en scheepsvracht in de financiële overzichten van de VOC verschijnen.
Het vaak gewelddadige optreden van de VOC in Azië zorgt er mede voor dat de winst van de compagnie in de 17e eeuw snel naar grote hoogten oploopt. Zo wordt in de jaren 1660-1670 niet minder dan ruim 16 miljoen gulden bijgeschreven; wat koopkracht betreft vergelijkbaar met een bedrag van 150 miljoen euro vandaag de dag.